Het configureren van je kaslocatie met teeltcompartimenten is erg belangrijk voor een betrouwbaar resultaat in de strategieën die je maakt in de Strategy Manager. Deze invoer wordt gebruikt voor de meeste berekeningen in de teelt- en energie strategieën. Let op: je hoeft dit slechts één keer per compartiment te configureren, daarna ben je klaar om te starten.
Zodra je in Strategy Manager bent, ga je naar “Instellingen” (het tandwielicoon linksonder in je scherm). In het instellingenmenu ga je naar “Bedrijfslocatie”, de tweede optie in het menu.
Compartiment
In het instellingenmenu voor bedrijfslocatie selecteer je eerst een bedrijfslocatie. Deze locaties zijn gekoppeld aan je MyLetsGrow-account en worden al weergegeven in het dropdownmenu. Voor elke bedrijfslocatie kun je teeltcompartimenten toevoegen. Als je op “+ Voeg teelt compartiment toe” klikt, opent een pop-upscherm waarin je de configuratie start.

In het eerste scherm (van in totaal 4) geef je een naam aan het compartiment en kies je het type kas (A-frame of gebogen dak). Ook het aantal kappen moet worden ingevuld. De afmetingen van het compartiment moeten in meters worden opgegeven.
Tot slot moet je het aantal externe zijwanden invullen. Dit is het aantal wanden dat in contact staat met de buitenlucht. Als je compartiment aan alle zijden grenst aan buitenlucht, is het volledig vrijstaand en vul je 2x2 in. Als je compartiment geen zijwanden heeft die grenzen aan buitenlucht, is het volledig ingesloten en vul je 0x0 in.
Verwarming
Door op “Volgende” te klikken, kom je bij het tweede scherm, waar informatie over isolatie en verwarming nodig is. De U-waarde van het dak en de zijwanden zijn eigenschappen van het kasmateriaal. Deze waarde kun je vinden door het type en de naam van je kasmateriaal te controleren.
Als je niet weet welk materiaal je kas heeft, kun je aannemen dat het dak en de zijwanden van enkel glas van 8 mm zijn, met een bijbehorende U-waarde van 5,6.

Het verwarmingssysteem moet ook worden geselecteerd. Dit is het systeem dat warmte levert aan je teeltcompartiment. Je kunt meerdere systemen selecteren in het dropdownmenu. Als je meer dan één systeem selecteert, wordt aangenomen dat ze gelijkmatig worden gebruikt in je strategie. Als je de exacte verwarmingsrendement van je ketelhuis weet, kun je het beste alleen “Overig” selecteren en het exacte rendement invullen (op te halen uit je historische gegevens).
Een andere optie is om “Overig” te selecteren en een rendement van 100% in te vullen als je wilt weten hoeveel energie nodig is om je compartiment te verwarmen (en niet hoeveel energie in je verwarmingssysteem moet worden gestopt).
Tot slot kun je aangeven of er een koelinstallatie aanwezig is in je compartiment. Let op: zonder koelinstallatie kan de gemiddelde wekelijkse kastemperatuur in een strategie niet lager zijn dan de gemiddelde wekelijkse buitentemperatuur.

Belichting
Door op “Volgende” te klikken, kom je bij het derde scherm, waar de parameters voor belichting worden ingevuld. In het dropdownmenu kun je kiezen tussen Geen, HPS (SON-T), LED of Beide/hybride. Bij HPS (SON-T) of LED moet je het aantal armaturen en het gemiddelde vermogen per armatuur invullen. Je kunt de armatuurrendement standaard op 80% laten staan, tenzij je het exacte percentage weet van hoeveel licht daadwerkelijk op het teeltoppervlak terechtkomt.
Als je niet weet hoeveel armaturen je compartiment heeft, kun je aannemen dat er 0,2 armaturen per m² zijn (vermenigvuldig dit met het totale oppervlak van je kascompartiment), met een gemiddeld vermogen van 700W per SON-T armatuur of 500W per LED-armatuur.
Het laatste onderdeel is het invullen van het transmissiepercentage van de kas. Dit percentage is zonder coating, schermen of andere aanpassingen. Als je zowel een buiten- als een binnenpyranometer hebt, kun je dit percentage ook uit je historische gegevens halen. Later, bij het maken van je teeltstrategieën, kun je dit percentage per week aanpassen indien gewenst.
Schermen
Door op “Volgende” te klikken, kom je bij het vierde en laatste scherm. Hier kun je een verduisterings-, energie- of schaduwscherm toevoegen. Voor elk scherm moet je de bijbehorende U-waarde en het lichttransmissiepercentage invullen.
Als je de U-waarde van het scherm niet weet, kun je aannemen dat deze 2,8 is. Het lichttransmissiepercentage van een verduisteringsscherm kun je aannemen als 1%, energie als 80% en schaduw als 25%.
Zodra je de scherm(en) hebt toegevoegd aan je compartiment, klik je op “Voltooien”, sluit het pop-upscherm en is je teeltcompartiment succesvol geconfigureerd.